Ik kwam net van therapie.
Er was tijd en ruimte om even te landen, maar ik koos ervoor om meteen door te gaan.
Old habits.
Onderweg naar de drukte besloot ik dat ik in de auto op de parkeerplaats wel even tot rust kon komen.
Ik had per slot van rekening nog tien hele minuten voordat het programma startte.
Op de parkeerplaats zag ik echter een bekende.
Een bekende uit een andere wereld, die in deze wereld van pas zou komen.
Ik verzamelde moed. Dat duurde zo’n dertig seconden.
Toen stapte ik op haar auto af.
Ze zag eruit alsof ze zelf ook even op adem wilde komen.
Pech voor ons allebei.
Ik zette mijn denkbeeldige masker op en vroeg me af of zij dat ook nodig had.
Met mijn meest gecontroleerde stem vroeg ik of ik haar wat mocht vragen.
Ze stemde in.
Wat een opluchting.
Onderweg naar het gebouw waar we allebei moesten zijn, engageerden we ons in smalltalk.
Je kent het wel.
Van die gesprekken die nergens over lijken te gaan, maar ondertussen stiekem alles opvangen wat te zwaar is om direct uit te spreken.
We praatten over werk. Over drukte. Over dingen die af moesten.
Niet over vermoeidheid. Niet over hoe dicht sommige dagen op je huid kunnen zitten.
Niet over het ongemakkelijke.
Toch voelde ik ergens tussen de parkeerplaats en de ingang mijn adem zakken.
Alsof mijn lichaam allang had besloten dat ik niet alleen hoefde te landen.
Iedereen verdween naar binnen.
Ik zat alleen in de ruimte.
Dit was het perfecte moment om alsnog even te landen, maar ik koos ervoor mijn laptop te openen.
Ik startte met het opstellen van een mail en eindigde in deze draft.
Het is een eeuwigheid geleden dat ik schreef.
Ik weet nog niet waar dit over gaat, maar dat maakt niet uit.
Ik laat het gewoon gebeuren.
Ik kom net van therapie.
De gelegenheid om te landen nam een andere wending.
Het verhaal vertelt zich vanzelf.
Ik voel de rust terug keren, midden in de ruimte die ik niet nam om te landen.
Alsof mijn lichaam allang een andere route had gekozen.




